direct naar inhoud van Artikel 4 Wonen - Landgoed
Plan: Buitengebied, herziening Ham 6
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0860.BU01aa050000BP2011-VG01

Artikel 4 Wonen - Landgoed

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - Landgoed' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen in woningen, al dan niet in combinatie met een beroep aan huis, waarbij het bepaalde in artikel 9.2 van toepassing is;

alsmede voor:

  • b. de opslag van materiaal ten behoeve van het onderhoud van het landgoed en de stalling van dieren, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - koetshuis';

met de daarbij behorende:

  • c. groenvoorzieningen;
  • d. waterpartijen, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • e. wegen, paden en verkeersvoorzieningen;
  • f. parkeervoorzieningen;
  • g. tuinen, erven en terreinen;
  • h. voorzieningen van algemeen nut.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Algemeen

Op of in de in 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd.

4.2.2 Hoofdgebouw

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:

  • a. als hoofdgebouw mag uitsluitend een vrijstaande woning worden gebouwd;
  • b. de maximale inhoud van de woning bedraagt 1500 m³;
  • c. de maximale goot- en bouwhoogte van de woning mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6,5 meter en 11 meter;
  • d. de afstand tot de perceelsgrenzen dient minimaal 3 meter te bedragen, met dien verstande dat de afstand van tot de voorste perceelsgrens minimaal 6,5 meter dient te bedragen.

4.2.3 Koetshuis

Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - koetshuis' gelden de volgende bepalingen:

  • a. het koetshuis mag uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - koetshuis';
  • b. de maximale goot- en bouwhoogte van het koetshuis mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 meter en 6 meter;
  • c. de maximale inhoud van het ondergeschikte gebouw bedraagt 1.500 m³;
  • d. de maximale oppervlakte bedraagt 300 m².

4.2.4 Bijbehorende bouwwerken bij woningen

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij het hoofdgebouw mag maximaal 200 m2 bedragen, waarvan één bijgebouw maximaal 150 m² m mag bedragen;
  • b. er mogen maximaal 2 vrijstaande bijgebouwen worden gerealiseerd;
  • c. de maximale goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt 3,5 meter en de maximale bouwhoogte 6 meter;
  • d. de afstand tot de perceelsgrenzen dient minimaal 1 meter te bedragen;
  • e. de maximale afstand van vrijstaande bijgebouwen tot het hoofdgebouw bedraagt 30 meter;
  • f. bijbehorende bouwwerken dienen te worden gebouwd achter of op de voorgevel (of het verlengde daarvan) van het hoofdgebouw.

4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 meter;
  • b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter.

4.3 Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Voorwaardelijke verplichting

De hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken binnen de bestemming "Wonen - Landgoed" mogen niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat de inrichtingsvereisten conform het in Bijlage 1 van de regels opgenomen schetsplan zijn gerealiseerd en hieraan blijvend wordt voldaan.